Leerkracht

  • WebQuest titel: Energie
  • Onderwerp: Duurzame energie
  • Schooltype: Basisonderwijs
  • Bestemd voor groep: groep 7 en 8
  • Vakgebied(en): Aardrijkskunde, Techniek
  • Omschrijving: Deze webkwestie kan gebruikt worden ten behoeve van de wereldburgerschapskunde.
    De leerlingen doen niet alleen onderzoek naar (duurzame) energie; ze krijgen ook de rol van ‘activist’. Bij wereldburgerschapskunde is juist het activisme belangrijk. De leerlingen ervaren op deze manier dat je krachtig bent en dat je zowel je eigen leven als het leven van anderen positief kunt beïnvloeden (empowerment). Bij elke opdracht is er een onderdeel waarbij een beroep wordt gevraagd op het activisme van de leerlingen.
  • Uitvoering in groepjes van 3 à 4 leerlingen
  • Tijdsinvestering voor leerling(en): 5 uur
  • Opbrengst van de WebQuest: brochure
  • Extra materialen die nodig zijn: werkblad en brochure
  • WebQuestmaker(s): Lukas Möllmann, Lisa Meisterknecht, Ker Teunen
    Heeft u op- of aanmerkingen ter verbetering van deze webkwestie?
    Zijn er links die niet werken? Heeft u aanvullende links?
    Geef het door aan de webquest-maker.

Organisatie

Ter introductie van deze webkwestie is het belangrijk dat je de opdrachten uitdagend aanbiedt. Op deze manier zorg je er voor dat het niet ‘het zoveelste onderzoek’ wordt.
De pedagoog Stevens spreekt van drie basisbehoeften voor leerlingen, namelijk relatie, competentie en autonomie. De ontwerpers van deze webkwestie zijn van mening dat er nog een vierde basisbehoefte is ‘echtheid’. Doordat het onderzoek en actie voeren ‘echt’ is, wordt het een betekenisvolle activiteit en dit zorgt er op zijn plaats weer voor dat de betrokkenheid van de leerlingen maximaal is. Bij het kopje ‘Lessuggesties’ zijn suggesties te vinden die de activiteit betekenisvol kunnen maken en die je als inleidende klassikale activiteit kan gebruiken. De ontwerpers van deze webkwestie hebben de webkwestie aangeboden, door vooraf proefjes te doen met energie.
Deze webkwestie is zeer geschikt om met parallel groepswerk te werken. Verdeel de klas in groepjes en laat ieder groepje de webkwestie uitvoeren.
Na het uitvoeren van het onderzoek en de opdrachten, kan de leerkracht ervoor kiezen de leerlingen hun bevindingen aan elkaar te laten presenteren.
Coöperatieve werkvormen zijn ook zeer goed toe te passen bij het werken met deze webkwestie.
Een voorbeeld van een coöperatieve werkvorm die heel goed kan in combinatie met deze webkwestie, is de werkvorm ‘genummerde koppen’.
Bij deze werkvorm zorg je ervoor dat de groepjes van gelijke grootte zijn. Iedere leerling van een groepje krijgt een nummer.
Werk je met groepjes van drie leerlingen, dan is er in elk groepje een nummer 1, een nummer 2 en een nummer 3. Vervolgens krijgt ieder nummer een rol, zoals voorzitter, notulist en contactpersoon met derden.
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen rol, maar is tegelijkertijd ook samen met de andere twee nummers verantwoordelijk voor het product dat zij samen maken. De nummers zijn ook handig op het moment dat de leerlingen gaan presenteren. Je noemt een nummer of je dobbelt met de dobbelsteen en gelijk is duidelijk wie de presentatie mag geven.

Tijdsduur

De tijd die je moet in plannen om te werken met deze webkwestie is ongeveer een hele dag.
De ontwerpers van deze webkwestie hebben deze webkwestie uitgevoerd in de vorm van een themadag: de hele dag stond in het teken van energie.

Computergebruik

Bij deze webkwestie werken de leerlingen veel op de computer. Per opdracht is een opsomming te vinden van de software die de leerlingen zullen gaan gebruiken.
Per groepje moet er minimaal één computer beschikbaar zijn. Bij het werken aan de webkwestie maken de leerlingen gebruik van de volgende softwareprogramma’s.

  •   Internet Explorer: onderzoek n.a.v. de vragen bij opdracht 2 en 3.
  •   Microsoft Word: verwerking van het onderzoek en voor het maken van de brochure.

Toelichting onderdelen van deze webkwestie

De makers van deze webkwestie hebben bij het maken van de webkwestie pedagogische en didactische keuzes gemaakt. Hieronder is per onderdeel een verantwoording te vinden van de gemaakte keuzes.

Inleiding
In de inleiding beginnen de makers van deze webkwestie met een casus die aansluit bij de leefwereld/belevingswereld van de leerlingen. Dit zorgt voor een hogere betrokkenheid.
Daarna stellen de makers een aantal vragen die de leerlingen nieuwsgierig maakt. We hopen dat deze vragen ook de vragen van de leerlingen worden.

Opdracht
De makers van deze webkwestie hebben deze Quest gemaakt in opdracht van hun opleiding. De eisen van de opleiding waren dat de webkwestie moest gaan aansluiten bij de volgende vormingsgebieden:
- wereldburgerschapskunde
- natuur
- aardrijkskunde
- geschiedenis
- taal
Bij het ontwerpen van de opdrachten hebben de makers hier rekening mee gehouden.
Bij de eerste stap moeten de leerlingen de school rond om te kijken welke apparaten energie verbruiken. We laten bij deze opdracht de kinderen kennis maken met energie in hun eigen leefwereld. Dit gebruiken we als opstapje naar de volgende opdracht. Bij de volgende opdracht gaan de kinderen op onderzoek uit: waar komt de energie vandaan (komt), welke vormen van energie zijn er en hoe kunnen ze als bewuste wereldburgers omgaan met ‘duurzame’ energie? De bevindingen van de leerlingen worden verwerkt in een brochure en wordt aan de buurtbewoners uitgedeeld. Het doel is dat leerlingen een standpunt ten opzichte van (duurzame) energie innemen en dat ze dit standpunt over kunnen brengen aan anderen. Op deze manier worden de kinderen krachtige mensen, die niet alleen zelf invloed kunnen uitoefenen op de (directe) leefomgeving, maar die anderen ook actie kunnen laten ondernemen.

Verwerking
Bij de verwerking hebben de makers van de webkwestie de stappen zo gedetailleerd uitgewerkt, dat de leerlingen er zelfstandig mee kunnen werken.
Voor de leerkracht is het belangrijk dat hij het werkblad van de eerste opdracht (zie bijlage) kopieert en klaarlegt voor de leerlingen.
Er is ook een kant-en-klaar format voor de kinderen waarin zij de brochure kunnen maken. Deze moet de leerkracht beschikbaar maken op de computers.

Bronnen
De bronnen die de makers van de webkwestie hebben opgezocht zijn inhoudelijk correct. De moeilijkheidsgraad van de inhoud van de verschillende sites is goed op niveau; er komen geen moeilijke woorden in voor. De bronnen die zijn weergegeven, zijn per onderdeel gesorteerd, zodat de leerlingen altijd een juiste bron zullen raadplegen bij hun onderzoeksvragen.

Beoordeling
De makers hebben ervoor gekozen om de beoordeling transparant te houden voor de leerlingen: ze weten welke richtlijnen er zijn en wat er van hen verwacht wordt. Op deze manier hebben de leerlingen zelf inzicht in het eindresultaat en kunnen ze inschatten welke beoordeling ze zullen krijgen. De eisen hebben wij concreet beschreven, op het niveau van de leerlingen. De leerlingen leren nu goed reflecteren op het proces en het product en formuleren ook leerpunten die zij hebben ervaren.

Afsluiting
Bij de afsluiting hopen we de leerlingen nog een keer te kunnen activeren, zodat zij echt bewuste wereldburgers worden/zijn. We besteden dus aandacht aan ‘empowerment’.

Met deze webkwestie wordt aangesloten bij de volgende kerndoelen:

Kerndoel 2: De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven van en vragen naar informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.
Lesdoel: De leerlingen leren mondeling informatie te geven en hierbij een onderbouwde waardering/mening te geven.

 
Kerndoel 3: De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.
Lesdoel: De leerlingen leren argumenten ter ondersteuning van de eigen mening te geven.

 
Kerndoel 4: De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema's, tabellen en digitale bronnen.
Lesdoel: De leerlingen gebruiken de gegeven bronnen als informatiebron en kunnen zelfstandig bruikbare informatie filteren, door antwoorden te zoeken op de vragen.

 
Kerndoel 5: De leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals: informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen.
Lesdoel: De leerlingen leren een informatieve en betogende tekst te schrijven.

 
Kerndoel 8: De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, de bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.
Lesdoel: De leerlingen leren eerst een opzet van de tekst te maken en deze vervolgens verder uit te werken.

 
Kerndoel 39: De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.
Lesdoel: De leerlingen ontwikkelen een attitude van verantwoordelijkheid voor de omgeving. De leerlingen leren over de energieopwekking in Nederland en Europa.

 
Kerndoel 42: De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.
Lesdoel: De leerlingen leren dat elektriciteit gevaarlijk kan zijn voor de mens.

 
Kerndoel 45: De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.
Lesdoel: De leerlingen leren dat je om iets te laten bewegen, ook wind, water, elektriciteit, zon en batterijen kunt gebruiken. Batterijen kunnen ook zorgen voor verlichting en geluid. Met gas of hout kan iets worden verwarmd.

 
Kerndoel 49: De leerlingen leren over de mondiale ruimtelijke spreiding van bevolkingsconcentraties en godsdiensten, van klimaten, energiebronnen en van natuurlandschappen zoals vulkanen, woestijnen, tropische regenwouden, hooggebergten en rivieren.
Lesdoel: De leerlingen leren over duurzame energie, zoals wind,- water,- en zonne-energie. De leerlingen leren welke energiebronnen in Nederland te vinden zijn en welke in de rest van de wereld.

Adaptief en differentiatiemogelijkheden.

Deze webkwestie kan de leerkracht erg adaptief aanbieden. De leerkracht kan denken aan taakaanpassing als blijkt dat de taakomvang te groot is voor de leerlingen. Hij gaat bij zichzelf na welke opdrachten/vragen/onderdelen hij het meest belangrijk vindt en welke doelen hij met deze webkwestie wil behalen en kan dan aangeven welke opdrachten per se gemaakt moeten worden. Zijn de leerlingen juist heel snel klaar, dan kun je ervoor kiezen om opdrachten te geven om de leerlingen nog meer de diepte in te laten gaan. Hieronder worden suggesties voor verdieping gegeven.

Verdieping gericht op groene en grijze stroom:
  • Hoe is het op school gesteld met het energieverbruik? Is er op school groene of grijze stroom? Welk energielabel heeft jouw school? Kun je nog wat verbeteren? Breng in kaart hoe het nog duurzamer kan en overleg met je meester/juf of je dit plan mag presenteren aan de MR. Neem dan ook je brochure mee naar de MR.
  • Je weet nu dat je duurzame energie kunt opwekken met wind-, zonne-, en waterenergie. Onderzoek of er nog andere manieren zijn om duurzame energie op te wekken. Verwerk dit ook in je brochure.
  • Hoe komen de grondstoffen bij de energiecentrale? Onderzoek het proces van grondstoffen winnen tot het verbruik in de energiecentrale. Vinden de arbeiders, de mensen die de grondstoffen winnen, het leuk om het werk te doen? Hoe is het gesteld met de arbeidsomstandigheden?
  • Je hebt geleerd wat de gevolgen van het winnen van grondstoffen voor de natuur zijn. Hebben wij mensen het recht om dit met de natuur te doen? Denk hierover na (filosoferen) en verwerk dit ook in je presentatie
Verdieping gericht op kernenergie:
  • Wat is een kerncentrale en wat doet een kerncentrale?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van een kerncentrale? Zijn er gevaren bij kernenergie?
  • Er is al een ongeluk met kernenergie gebeurd. In de stad Tschernobyl (Oekraïne) is in het jaar 1986 een kerncentrale ontploft. Wat zijn de gevolgen geweest voor de omgeving; voor mensen en voor dieren?
  • In de geschiedenis werd een atoombom in Japan op de stad Hiroshima gegooid. Wat is een atoombom en wat zijn de gevolgen hiervan geweest?
  • Wie heeft uranium en de kracht ervan ontdekt? (Marie Curie) Hoe reageerden de mensen toen?

Lessuggesties

  • Zelf energie opwekken met proefjes
    • Haal meer energie uit een appel.
    • Paperclipschakelaar: hoe maak je een elektrische schakelaar?
    • Elektromagneet: een danseresje maken.
    • Elektromagneet: aantrekkingskracht.
  • Een videofragment laten zien over energie.
    • Energie
    • Energiebronnen
    • Groene energie
    • Zonnepaneel
    • Energie

  • Laat de leerlingen opschrijven wat ze al weten over energie. Laat ze deze kennis daarna in groepjes uitwisselen.
    Dit kan door middel van een coöperatieve werkvorm. Bied de leerlingen hiervoor een vel A3-papier aan. Iedere leerling heeft een eigen vlak. Daarna moeten ze in het middelste vlak de gezamenlijke informatie noteren.
  • Een reclamespotje over (duurzame) energie laten zien.
    • Wind in Nederland: spreekwoorden (Eneco)
    • Stroom van de buren: erg sterke afzuigkap
    • Sorry zon: respect voor de zon
  • Neem verschillende grondstoffen (fossiele brandstoffen) mee. Start met een observatiekring. De leerlingen zeggen allemaal één woord over de meegebrachte grondstoffen.
    Je kunt ervoor kiezen dat er niet twee keer hetzelfde wordt genoemd, om de leerlingen goed te laten nadenken. Wat hebben deze voorwerpen met elkaar gemeen? Energie.